Uw kind wordt verdacht

Wanneer u hoort dat uw kind wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit, is dat een grote schok. U bent tegelijkertijd verdrietig, boos en teleurgesteld. Maar u bent vooral bezorgd. U vraagt zich af wat er met uw kind gaat gebeuren: moet hij nu naar de gevangenis of blijft het bij een waarschuwing?
Op deze pagina vindt u informatie over:
Op het politiebureau
Als uw kind ervan wordt verdacht een strafbaar feit te hebben gepleegd, wordt het daarover door de politie verhoord. Het kan zijn dat uw kind er met een waarschuwing van afkomt en direct na het verhoor alweer naar huis mag. Dit zal vooral voorkomen als het om een licht strafbaar feit gaat. Wordt uw kind echter verdacht van het plegen van een ernstig strafbaar feit (bijvoorbeeld een straatroof), dan maakt de politie een proces-verbaal op van het verhoor, en stuurt dat uiteindelijk naar de Officier van Justitie. U als ouder mag, in overleg met de politie, uw kind op het politiebureau komen bezoeken.
Uw kind mag 6 uur worden opgehouden op het politiebureau om door de politie gehoord te worden. Na die termijn zal uw kind in verzekering worden gesteld als de politie meer tijd nodig heeft om de zaak te onderzoeken. Die inverzekeringstelling geldt voor maximaal 3 dagen, dat in bijzondere gevallen met nog eens 3 dagen kan worden verlengd. Op het moment dat uw kind in verzekering is gesteld krijgt het een advocaat toegewezen. Dat is de piketadvocaat die op die dag dienst heeft. Ook in het weekend is een piket-advocaat beschikbaar. U kunt op het politiebureau informeren naar de naam van de advocaat. Uiteraard kunt u ook een advocaat naar keuze inschakelen die de belangen van uw kind dan (verder) zal behartigen. De wet bepaalt dat iedereen die in voorarrest verblijft recht heeft op kosteloze rechtsbijstand; dus ook uw kind.
De voorgeleiding bij de kinderrechter
Uw kind mag maximaal 3 dagen en 15 uur op het politiebureau verblijven zonder dat hij bij een rechter is geweest. Na het verstrijken van die termijn moet uw kind of worden vrijgelaten of voor de kinderrechter worden geleid. Als uw kind voor de kinderrechter wordt geleid mag u daarbij aanwezig zijn en zal de rechter u ook vragen wat u er van vindt dat uw kind langer vast moet zitten. De vraag die tijdens de voorgeleiding namelijk centraal staat is of uw kind langer vast moeten blijven zitten. De officier van justitie vordert namelijk van de rechter dat uw kind nog 14 dagen langer vast moet worden gehouden; die termijn heet de bewaring. Er wordt absoluut nog geen beslissing genomen over de schuld of onschuld van uw kind. Of uw kind langer in voorlopige hechtenis moet blijven kan afhangen van de ernst van het feit, of uw kind al vaker met politie en justitie in aanraking is geweest en hoe het gaat op school. Als de kinderrechter de vordering bewaring toewijst, wordt uw kind voor 14 dagen vastgehouden. Het is de bedoeling dat uw kind dan zo snel mogelijk wordt overgeplaatst naar een penitentiaire inrichting voor jeugdigen.
Voordat de 14 dagen bewaring om zijn, kan uw kind worden vrijgelaten of opnieuw naar de rechtbank worden gebracht waar de officier van justitie in de raadkamer opnieuw zal verzoeken om uw kind langer vast te houden door middel van een vordering gevangenhouding. Er zullen dan drie rechters het hoofd buigen over de vraag of deze vordering dient te worden toegewezen. De ouders mogen hier ook bij aanwezig zijn. Als de rechters de vordering toewijzen, kan uw kind voor maximaal 90 dagen worden vastgehouden. Dat kan in één keer worden toegewezen of in termijnen van telkens 30 dagen. Een rechter beslist over iedere verlenging. Voordat de 90 dagen gevangenhouding zijn afgelopen, moet de zaak op zitting worden gebracht.
Zowel bij de voorgeleiding bij de kinderrechter, als tijdens de zitting in de raadkamer kan uw kind uit de voorlopige hechtenis worden geschorst. Dat gebeurt onder een aantal vooraarden waar uw kind zich strikt aan dient te houden.
De Raad voor de Kinderbescherming
De Raad voor de Kinderbescherming heeft als taak informatie te verzamelen over uw kind om die vervolgens aan de Officier van Justitie te geven. Na een melding van de politie neemt de Raad contact met u op om een afspraak met u en uw kind te maken. Een medewerker van de Raad praat dan met u en uw kind om meer te weten te komen over de persoonlijke omstandigheden van uw kind. Meestal blijft het bij één gesprek, waarna de raadsmedewerker het onderzoek afsluit en advies uitbrengt aan de Officier van Justitie. De raadsmedewerker kan echter ook besluiten om nog met andere mensen te gaan praten die (aanvullende) informatie kunnen geven (bijvoorbeeld de huisarts of een leraar). Wanneer tijdens het onderzoek blijkt dat het strafbare gedrag van uw kind voortkomt uit problemen die uw kind heeft, bijvoorbeeld met zichzelf, thuis of op school, kan de Raad nader (persoonlijkheids-)onderzoek laten verrichten door een psycholoog of een psychiater.
Nadat het onderzoek is afgesloten, brengt de Raad een advies uit. In dat advies staat onder andere welke straf volgens de Raad opvoedkundig gezien het beste is voor uw kind. Op basis van dat advies bepaalt de Officier van Justitie of hij de kinderrechter gaat vragen uw kind te straffen voor zijn gedrag, en zo ja, op welke manier. Uiteraard betrekt de kinderrechter het advies van de Raad ook bij zijn oordeelsvorming over wat de juiste straf zal zijn als uw kind schuldig wordt bevonden.
De zitting bij de kinderrechter
Wanneer de Officier van Justitie beslist uw kind te vervolgen, dan komt de zaak voor bij de kinderrechter. De Officier van Justitie kan ook besluiten om te gaan vervolgen als uw kind al lang is vrijgelaten. Dat uw kind alweer thuis is hoeft dus niet te betekenen dat er geen zitting komt. Er wordt in dat geval een dagvaarding naar uw huis gestuurd waar de datum en het precieze tijdstip van de zitting op aan wordt gegeven. De zaak komt in principe op zitting bij een kinderrechter. De kinderrechter is een zittingsrechter die zich heeft gespecialiseerd in kinderrechtzaken. De terechtzitting van de kinderrechter is in principe niet openbaar, dat betekent dat er geen publiek mag komen. Op de zitting zijn alleen de kinderrechter, de Officier van Justitie, uw kind, de advocaat van uw kind, de ouders en een griffier die alles noteert, aanwezig. Vaak is ook een medewerker van de Raad of Bureau jeugdzorg aanwezig als die in op enig moment bij de zaak betrokken is geweest.
Tijdens de zitting bespreekt de kinderrechter het proces-verbaal met uw kind. Op basis van het proces-verbaal, het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming en eventueel het persoonlijkheidsonderzoek eist de Officier van Justitie een bepaalde straf. Vervolgens krijgt de advocaat van uw kind het woord. Uiteindelijk beslist de rechter. Bij het nemen van zijn beslissing houdt de kinderrechter rekening met: het motief van uw kind om het misdrijf te plegen, of hij er spijt van heeft, of hij al eerder met de politie in aanraking is geweest, de omstandigheden waarin hij is opgegroeid en zijn toekomstperspectief. Is uw kind het niet eens met de beslissing van de rechter, dan kan hij in overleg met zijn advocaat binnen 14 dagen na de uitspraak in hoger beroep gaan.
Uw kind is veroordeeld
Afhankelijk van het delict dat uw kind heeft gepleegd kan de kinderrechter uw kind veroordelen tot:
1. Jeugddetentie
Deze straf kan worden opgelegd indien uw kind een ernstig strafbaar feit heeft gepleegd. De maximale duur van de straf is afhankelijk van de leeftijd van uw kind op het moment dat hij het feit pleegde en varieert van minimaal 1 dag tot maximaal 24 maanden. Heeft uw kind een ernstig strafbaar feit gepleegd en is hij ouder dan 16 jaar dan kan de kinderrechter ook een gevangenisstraf opleggen. Als de ernst van het feit, de persoonlijkheid van uw kind en de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven, kan de kinderrechter namelijk ook uw kind volgens het meerderjarigenstrafrecht berechten en een ‘volwassenensanctie’ opleggen.
2. Geldboete
Het bedrag van een geldboete is minimaal € 3,-- en maximaal € 3.700,--. Bij het opleggen van de geldboete dient de kinderrechter rekening te houden met de financiële draagkracht van uw kind. Laat uw kind na de boete te betalen dan kan hij in vervangende hechtenis genomen worden.
3. Alternatieve sanctie
De kinderrechter kan kiezen uit twee alternatieve sancties. Hij kan uw kind een taakstraf geven of hem verplicht een leerproject laten volgen, de zogenaamde leerstraf. Indien het slachtoffer aangeeft dat hij prijs stelt op herstel van de schade door uw kind, kan de kinderrechter de jeugdige opdragen te werken om de door het strafbare feit aangerichte schade te herstellen.
4. Plaatsing in een jeugdinrichting (“Pij-maatregel”)
De kinderrechter kan deze maatregel opleggen indien uw kind ten tijde van het begaan van het feit leed aan een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. Deze maatregel kan ook opgelegd worden indien het feit volledig aan uw kind is toe te rekenen. Vereist is dat twee gedragsdeskundigen (een psycholoog en een psychiater) uw kind hebben onderzocht en een advies hebben uitgebracht. De maximale duur van deze maatregel is zes jaren.
De STOP-reactie, HALT en een taakstrafaanbod door de Officier van Justitie
Natuurlijk is het niet zo dat iedere minderjarige die een strafbaar feit pleegt direct bij de kinderrechter moet verschijnen. Zo kunnen kinderen jonger dan 12 jaar niet strafrechtelijk vervolgd worden. Wel kan de politie u en uw kind een zogenaamde STOP-reactie aanbieden als uw kind het feit bekend heeft.
Kinderen van 12 tot en met 17 jaar kunnen om die zelfde reden door de politie ook naar Bureau HALT worden gestuurd om een taakstraf uit te voeren.
Tot slot kan de Officier van Justitie uw kind ook uitnodigen voor een taakstrafzitting. In een gesprek met uw kind biedt de Officier van Justitie een taakstraf aan tussen de 20 en 40 uur. Als uw kind die taakstraf goed uitvoert dan hoeft uw kind niet meer voor de kinderrechter te verschijnen.
Zoekt u een goede jeugdstrafrechtadvocaat die u kan bijstaan of wilt u graag nog meer informatie? Bezoekt u dan de strafsectie van Cleerdin & Hamer Advocaten.
Terug naar boven
