U bent slachtoffer

Als slachtoffer van criminaliteit kunt u veel schade oplopen. Naast medische, psychische en praktische ondersteuning kan er behoefte bestaan aan juridische hulp. Bijvoorbeeld als u overweegt om aangifte te doen, maar de gevolgen hiervan voor u nog niet helemaal duidelijk zijn. Ook wanneer u uw schade vergoed wil krijgen van de dader kan het handig zijn om juridisch advies in te winnen.
Op deze pagina vindt u informatie over:
Waar heeft u als slachtoffer recht op?
Op 1 april 1995 is de Wet Terwee ingevoerd die er voor heeft gezorgd dat de positie van het slachtoffer is verbeterd. Voor die tijd was men vooral bezig met het berechten van daders en was er nauwelijks aandacht voor slachtoffers. Dit is natuurlijk een goede ontwikkeling, maar bij veel slachtoffers is nog redelijk onbekend waar zij precies recht op hebben. In het Wetboek van Strafvordering komt het woord slachtoffer geen enkele maal voor en vooral daardoor is het lastig om te weten te komen wat u nou precies kunt verwachten. Daarom wordt hieronder aangegeven wat de politie en het Openbaar Ministerie aan u als slachtoffer verplicht zijn.
| - | uw aangifte zorgvuldig opnemen en waar dat nodig is u doorverwijzen naar hulpverlenende instanties zoals het Bureau Slachtofferhulp |
| - | u algemene informatie geven over hoe de (straf-) zaak na uw aangifte verder zal gaan verlopen |
| - | u uitdrukkelijk vragen of u schade geleden heeft, of u deze vergoed wenst te hebben en of u op de hoogte gehouden wilt worden van het verdere verloop van de strafzaak |
| - | u informatie verstrekken over de mogelijkheden die u heeft om een schadevergoeding te vorderen voor de door u geleden schade |
| - | tenslotte dient de politie in het proces-verbaal alle relevante informatie op te nemen over u en de door u geleden schade |
Als slachtoffer van een seksueel misdrijf kunt u daarnaast nog verzoeken om door een vrouwelijke rechercheur gehoord te worden en u kunt verzoeken om anoniem te blijven.
Spreekrecht
Vanaf 1 januari 2005 hebben slachtoffers van zware misdrijven en hun nabestaanden spreekrecht. Dit wil zeggen dat u als slachtoffer van een misdrijf waar acht jaar of meer gevangenisstraf voor gegeven kan worden het recht heeft om op de zitting uw verhaal te vertellen. Ook slachtoffers van zedenmisdrijven, stalking, bedreiging, mishandeling met de dood of zwaar lichamelijk letsel tot gevolg en slachtoffer of nabestaande van een verkeersongeval met de dood of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg hebben in ieder geval spreekrecht.
Door gebruik te maken van het recht om op de zitting uw verhaal aan de rechter, officier van justitie en de verdachte kenbaar te maken kunt u duidelijk maken wat voor u precies de gevolgen zijn geweest van het misdrijf. Het kan soms opluchten om de verdachte onder ogen te komen en hem rechtstreeks te vertellen wat hij u heeft aangedaan. Ook voor de rechter kan het een duidelijk beeld scheppen van de gevolgen van het misdrijf.
Hoe kunt u uw schade vergoed krijgen?
Er zijn 4 mogelijkheden om de door u geleden schade op de dader te verhalen:
| 1 | door bemiddeling van de politie tussen dader en slachtoffer |
| 2 | door bemiddeling van de officier van justitie |
| 3 | via het strafrecht |
| 4 | via het burgerlijk recht |
Indien u uw schade via het strafrecht op de dader wil verhalen, kunt u zich als benadeelde partij voegen in het strafproces tegen de dader. Dit houdt in dat de officier van justitie uw schadevergoedingseis tijdens de zitting aan de rechter zal voorleggen. Als de verdachte wordt vervolgd en u bij de politie heeft aangegeven dat u uw schade vergoed wilt hebben dan stuurt de officier van justitie u een speciaal voegingsformulier. Als u dat invult en terugstuurt dan komt uw vordering in het strafdossier terecht en zal deze op de terechtzitting worden behandeld. U hoeft dan geen aparte procedure te starten en aan de voeging zijn geen kosten verbonden. U kunt als benadeelde partij de zitting ook bijwonen. Houdt u er wel rekening mee dat de strafrechter uw vordering enkel toe zal kennen als deze eenvoudig van aard is. Dit betekent dat makkelijk aan te tonen is dat u de schade die u zegt te hebben geleden ook daadwerkelijk heeft geleden. Is de vordering te complex dan zal de rechter u niet-ontvankelijk verklaren, zodat u met de vordering nog naar de civiele rechter kan.
U kunt uw schade ook via een civiele procedure op de dader verhalen. Voorwaarde is dan dat de strafrechter de schade die u bij de burgerlijke rechter naar voren brengt niet-ontvankelijk heeft verklaard of helemaal niet onder ogen gekregen heeft. Een procedure voor de civiele rechter is niet eenvoudig en vaak nogal tijdrovend. U zal bijvoorbeeld zelf het bewijs moeten leveren dat er schade aan u is toegebracht. Daarom is het verstandig om van tevoren juridisch advies in te winnen over de kans van slagen van uw vordering tot schadevergoeding.
Onder bepaalde voorwaarden kunt u ook een beroep doen op het Schadefonds Geweldsmisdrijven. U komt in aanmerking voor een uitkering uit dit fonds als u:
| 1 | slachtoffer bent |
| 2 | van een geweldsmisdrijf |
| 3 | in Nederland |
| 4 | dat opzettelijk is gepleegd |
| 5 | u hierbij ernstig (lichamelijk en/of geestelijk) letsel heeft opgelopen |
| 6 | maar u geen medeschuld heeft |
De uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven is een tegemoetkoming in letselschade die niet op een andere manier vergoed kan worden. Het verzoek om een uitkering kan u telefonisch of schriftelijk indienen. Na indiening van het verzoek stelt het bureau een onderzoek in naar het misdrijf, het letsel en de schade. Houdt u er rekening mee dat de behandeling van het verzoek veel tijd in beslag kan nemen.
Wat kunt u doen als de dader niet wordt vervolgd?
Er bestaat altijd de kans dat het Openbaar Ministerie besluit om de verdachte van het strafbare feit waar u slachtoffer van bent geworden niet te vervolgen. Dit kan bijvoorbeeld als er niet voldoende bewijs is. Op het moment dat de officier van justitie de beslissing neemt om niet te vervolgen moet hij u daarvan op de hoogte stellen. Als slachtoffer zult u zich vaak niet bij deze beslissing neer kunnen leggen omdat u graag wil dat de dader gestraft wordt. Er bestaat daarom de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij het gerechtshof tegen de beslissing van de officier van justitie. Dit staat in artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering.
Om in beklag te gaan bij het gerechtshof moet een klaagschrift bij de griffie van het gerechtshof ingediend worden. In het klaagschrift moet gemotiveerd uiteengezet worden waarom de verdachte, in tegenstelling tot het oordeel van de officier van justitie, toch vervolgd moet worden. Vervolgens zal een rechter zich over het beklag gaan buigen die beoordeelt of de officier van justitie had mogen besluiten om niet te vervolgen. Door deze beklagprocedure in gang te zetten kunt u dus bewerkstelligen dat een onafhankelijke rechter beoordeelt of de officier van justitie terecht heeft besloten om vervolging achterwege te laten. Dit kan van belang zijn.
De wet stelt niet verplicht dat u wordt bijgestaan door een advocaat. U kunt dus in principe zelf een klaagschrift opstellen waarin u uitlegt waarom de verdachte volgens u vervolgd moet worden. In de meeste gevallen zal het echter beter zijn wanneer u hiervoor een advocaat inschakelt. Deze zal over het algemeen goed in kunnen schatten of het zin heeft om een beklag in te dienen en hier ook de juiste argumenten voor weten te vinden.
Is het gerechtshof van mening dat de officier van justitie ten onrechte de beslissing heeft genomen dat de verdachte niet vervolgd wordt, dan zal de officier zich daar bij neer moeten leggen en de vervolging in gang moeten zetten. Maar als het gerechtshof beslist dat de officier van justitie de juiste beslissing heeft genomen dan zult u zich daar ook bij neer moeten leggen omdat u daar helaas niets meer tegen kan doen.
Zoekt u een goede strafrechtadvocaat die u kan bijstaan? Bezoekt u dan de strafsectie van Cleerdin & Hamer Advocaten.
Terug naar boven
